ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Ch.J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep door zaakwaarnemer in bestuursrechtelijke bijstandszaak
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft een appellant, handelend als zaakwaarnemer van een betrokkene, beroep ingesteld tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Dit besluit betrof de weigering van bijstand op grond van de Algemene Bijstandswet voor opnamekosten van de betrokkene.
De appellant stelde dat hij als zaakwaarnemer in de zin van artikel 6:198 e.v. van het Burgerlijk Wetboek het beroep kon instellen. De Raad overwoog echter dat de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is op dit beroep en dat alleen belanghebbenden, die een rechtstreeks belang bij het besluit hebben, beroep kunnen instellen. De Awb voorziet niet in de mogelijkheid dat een zaakwaarnemer namens een ander een beroep kan instellen.
Omdat de appellant niet door de betrokkene was gemachtigd en zelf geen belanghebbende was, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De Raad zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb, dat in uitzonderlijke gevallen een andere beoordeling kan rechtvaardigen.
De uitspraak benadrukt de restrictieve toelatingseisen voor het voeren van beroep in bestuursrechtelijke procedures en bevestigt dat zaakwaarneming geen grond is voor ontvankelijkheid in dit kader.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat een zaakwaarnemer geen beroep kan instellen volgens de Awb.