ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- M. Schreuder-Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging adequaatheid collectief vervoerssysteem voor gehandicapte in Maastricht
Appellante, een gehandicapte woonachtig te B., maakte bezwaar tegen het besluit van de gemeente Maastricht om haar individuele vervoerskostenvergoeding te vervangen door deelname aan het collectief vervoerssysteem 'Vervoer op Maat'. De gemeente stelde dat dit systeem een adequate voorziening is conform de Wet voorzieningen gehandicapten (WVG) en de gemeentelijke verordening.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad beoordeelde of het collectief taxivervoer met een aanvullende jaarlijkse vergoeding van f 475,-- een toereikende voorziening vormde. Medische adviezen en het dossier wezen uit dat appellante zonder begeleiding gebruik kon maken van het collectief vervoer, inclusief hulp bij in- en uitstappen.
De Raad oordeelde dat de gemeente binnen haar beleidsvrijheid en wettelijke kaders handelde door prioriteit te geven aan het collectief vervoerssysteem. Er waren geen zwaarwegende omstandigheden of medische beperkingen die rechtvaardigden dat appellante recht had op voortzetting van de individuele vergoeding. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en het collectief vervoerssysteem blijft als adequate voorziening gehandhaafd.