ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.A. Hoogeveen
- J.B.J.M. ten Berge
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld na gedeeltelijke geschiktheidsverklaring
Appellante werd door het bestuur van de Bedrijfsvereniging voor de Gezondheid, Geestelijke en Maatschappelijke Belangen geïnformeerd over een besluit waarbij zij vanaf 13 september 1994 gedeeltelijk en vanaf 26 september 1994 volledig arbeidsgeschikt werd verklaard, met als gevolg weigering van ziekengeld. De rechtbank te Rotterdam vernietigde het besluit voor de periode van 13 tot 26 september 1994, omdat het vereiste advies van de Gemeenschappelijke Medische Dienst ontbrak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief van 18 mei 1995 waarin het bestuur het eerdere besluit bevestigde, geen zelfstandig appellabel besluit vormde. De Raad bevestigde de vernietiging van het besluit voor de periode 13-26 september 1994 en oordeelde dat de weigering van ziekengeld vanaf 26 september 1994 terecht was, omdat appellante medisch gezien geschikt werd geacht haar werk van 15 uur per week te verrichten.
De medische rapporten van deskundigen, waaronder een psychiater en een zenuwarts, toonden aan dat appellante geen ernstige beperkingen had die haar arbeidsgeschiktheid zouden verhinderen. De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van het oordeel dat appellante vanaf 26 september 1994 geen recht meer had op ziekengeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante vanaf 26 september 1994 terecht geen ziekengeld meer ontvangt wegens geschiktheid tot arbeid.