ECLI:NL:CRVB:1997:AA8613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.F.M. Brenninkmeijer
- H.D. Wolthuis
- Rechtspraak.nl
Geen arbeidsverhouding tussen franchisenemer en franchisegever wegens ontbreken persoonlijke arbeidsverplichting
Verzoekster, een internationale organisatie die autowasstraten exploiteert via een franchiseformule, sloot een franchise-overeenkomst met A, die een autowasstraat exploiteert. Gedaagde stelde dat tussen verzoekster en A een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding bestond, omdat A leiding gaf en de wasstraat beheerde, en dit persoonlijk moest doen. De rechtbank vernietigde het besluit van gedaagde en stelde dat geen arbeidsverhouding bestond.
Gedaagde stelde in hoger beroep dat A verplicht was persoonlijk arbeid te verrichten en dat de franchise-overeenkomst dit voorschreef, wat een arbeidsverhouding impliceert. De president van de Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de franchise-overeenkomst A het recht geeft een onderneming te exploiteren en dat A werkzaamheden door anderen kan laten verrichten zolang hij eindverantwoordelijkheid houdt.
De president stelde vast dat er geen verplichting tot persoonlijke arbeidsverrichting bestaat en dat er dus geen arbeidsovereenkomst of daarmee gelijk te stellen arbeidsverhouding is. Ook de incidentele werkzaamheden van A in andere wasstraten vielen buiten het bestreden besluit. De Raad bevestigde het vernietigende vonnis van de rechtbank en wees het verzoek om schorsing van het hoger beroep af. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Er bestaat geen arbeidsverhouding tussen verzoekster en A omdat geen verplichting tot persoonlijke arbeid bestaat.