ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- H.J. Grendel
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitsluiting AOW-verzekering gehuwde vrouwen voor 1984 en toepassing gelijkheidsbeginsel
In deze zaak staat de vraag centraal of de uitsluiting van gehuwde vrouwen van de AOW-verzekering tussen augustus 1977 en 23 december 1984 in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en internationale verdragen. De Raad volgt de Hoge Raad in het oordeel dat deze uitsluiting tot die datum een redelijke en objectieve rechtvaardiging kende en dat het gelijkheidsbeginsel en artikel 1 van Pro de Grondwet hier geen werking aan toekomen voor die periode.
De kortingen op het pensioen en toeslag van de gedaagden, gebaseerd op de uitsluiting van verzekering wanneer de echtgenoot in het buitenland werkte, zijn niet verenigbaar met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en Europese richtlijnen voor de periode na 23 december 1984. Voor de tijdvakken daarvoor blijft de uitsluiting echter rechtsgeldig.
De Raad bevestigt dat de uitsluiting van de verzekering van gehuwde vrouwen tot 1984 niet onrechtmatig is en dat de kortingen op de pensioenen van de gedaagden niet in stand kunnen blijven. De uitspraak van de Raad van Beroep wordt bevestigd met dien verstande dat de Sociale Verzekeringsbank nieuwe beslissingen moet nemen in overeenstemming met deze uitspraak.
Uitkomst: De uitsluiting van AOW-verzekering gehuwde vrouwen vóór 23 december 1984 is gerechtvaardigd, maar kortingen op pensioenen na die datum zijn onrechtmatig en moeten worden herzien.