ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens vermoeden bezit Mercedes Benz als vermogen
Appellanten ontvingen vanaf januari 1992 een uitkering op grond van de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers. Na een onderzoek door de sociale recherche werd vastgesteld dat zij een Mercedes Benz bestuurden met een waarde van ongeveer 90.000 gulden. Dit leidde tot beëindiging van hun bijstandsuitkering per 1 januari 1993 omdat het vrij te laten vermogen werd overschreden.
Appellanten voerden aan dat de auto toebehoorde aan de vader van een van hen en niet tot hun vermogen gerekend mocht worden. De Raad concludeerde echter dat de feitelijke vermogenssituatie doorslaggevend is en dat de auto, ondanks dat het kenteken op naam van een derde stond, onderdeel was van het vermogen waarover appellanten daadwerkelijk konden beschikken.
De Raad vond de aangevoerde argumenten onvoldoende om het vermoeden te weerleggen. Er was geen bewijs dat de auto niet tot hun vermogen behoorde of dat de opbrengst van de latere verkoop aan een ander was toegekomen. Daarom werden de beroepen ongegrond verklaard en bleef het besluit tot beëindiging van de uitkering in stand.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de bijstandsuitkering wordt terecht beëindigd wegens het vermoeden dat appellanten beschikten over de Mercedes Benz als vermogen.