ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.F.M. Brenninkmeijer
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid ondernemers voor premieschulden van inleners met toepassing anoniementarief
Deze zaak betreft de hoofdelijke aansprakelijkheid van ondernemers voor premieschulden van Agrarisch loonbedrijf A. van Wamelen over de jaren 1986 tot en met 1989. Het uitvoeringsorgaan stelde de ondernemers aansprakelijk op grond van artikel 16a en subsidiair 16b van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CwSV), waarbij het anoniementarief werd toegepast om netto uitbetaald loon te herleiden tot bruto premieloon.
De rechtbank vernietigde de beslissingen voor zover het anoniementarief werd toegepast, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het anoniementarief terecht is toegepast, gelet op arresten van de Hoge Raad die bevestigen dat bij het herleiden van netto loon tot premieloon rekening moet worden gehouden met het voordeel van niet-ingehouden loonbelasting. De Raad vernietigt daarom de eerdere uitspraken die het anoniementarief afwezen.
Verder oordeelt de Raad dat de ondernemers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat er geen anonieme werknemers waren, en dat het uitvoeringsorgaan redelijk heeft gehandeld bij de aansprakelijkstelling. Wel wordt de aansprakelijkstelling voor het jaar 1989 deels vernietigd vanwege onvoldoende onderzoek naar het effect van een verklaring inzake betalingsgedrag van 9 juni 1989.
De Raad wijst het beroep van de ondernemers af dat de toepassing van het anoniementarief een 'criminal charge' vormt in de zin van artikel 6 EVRM Pro en dat de redelijke termijn is overschreden. De procedure is volgens de Raad binnen redelijke termijn verlopen. Tot slot worden de proceskosten en griffierechten toegewezen aan de ondernemers.
Uitkomst: De aansprakelijkstelling wordt bevestigd behalve voor het deel vanaf 10 juni 1989, en het anoniementarief wordt geaccepteerd.