ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.F.M. Brenninkmeijer
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aansprakelijkstelling premieschuldige op grond van Coördinatiewet Sociale Verzekering
Appellante, B.V. X., is door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor premies over de jaren 1986, 1987 en 1988 die verschuldigd zijn wegens werkzaamheden van onderaannemer B.V. Z. Appellante betwistte deze aansprakelijkstelling primair omdat zij stelt dat alleen personeel dat in de loonadministratie van Z. is verantwoord, is ingezet en dat Z. de premies daarvoor heeft betaald.
De Raad stelt dat de bewijslast voor een verdergaande vrijwaring dan voorzien in artikel 16b, vijfde lid, CwSV volledig bij appellante ligt. Appellante slaagt hier niet in vanwege hiaten en onjuistheden in de mandagenregisters en het ontbreken van een projectadministratie bij Z., waardoor niet kan worden vastgesteld of het personeel ook elders werkte. Tevens blijkt uit rapporten dat een aanzienlijk deel van het loon zwart is betaald.
De Raad oordeelt dat gedaagde ten onrechte appellante aansprakelijk heeft gesteld voor het volledige premiebedrag over 1986 en slechts gedeeltelijk correct heeft gecorrigeerd voor 1987. Gedaagde heeft nagelaten zich voldoende te informeren over de door Z. betaalde premies, waardoor het besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en vernietigd wordt voor zover het de hoogte van de aansprakelijkstelling betreft.
Daarnaast veroordeelt de Raad gedaagde in de proceskosten van appellante voor zowel eerste aanleg als hoger beroep en in de vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De aansprakelijkstelling wordt vernietigd voor zover het bedrag betreft, en gedaagde wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.