ECLI:NL:CRVB:1998:AA8530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G.L. Plomp
- G. van der Wiel
- J.B.J.M. ten Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatmanwisseling bij arbeidsongeschiktheidsuitkering profvoetballer
Belanghebbende, een profvoetballer geboren in 1957, werd op 24 mei 1994 door het Lisv als minder dan 25% arbeidsongeschikt beschouwd en zijn uitkeringen werden ingetrokken. De rechtbank Maastricht vernietigde dit besluit en oordeelde dat de maatmanwisseling, waarbij de maatman niet langer de profvoetballer maar een schoolverlater is, terecht niet eerder dan op 40-jarige leeftijd aan de orde kon zijn.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat hij tot zijn 40ste nog als keeper werkzaam had kunnen zijn en dat zijn arbeidsmogelijkheden onjuist waren ingeschat, mede vanwege zijn beperkte beheersing van de Nederlandse taal. Het Lisv handhaafde het standpunt dat de maatman op 35-jarige leeftijd moest worden gewijzigd.
De Raad achtte het medisch en arbeidskundig onderzoek voldoende en concludeerde dat belanghebbende met zijn beperkingen de voorgestelde werkzaamheden kon verrichten. Cruciaal was het advies van de register-arbeidsdeskundige Jacobs, die stelde dat de maatmanwisseling pas bij het 40ste levensjaar aan de orde kon komen. De Raad verwierp het argument van het Lisv dat de maatmanwisseling per 35 jaar geldt, mede omdat keepers doorgaans langer actief zijn dan veldspelers.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, veroordeelde het Lisv in de proceskosten en bepaalde dat het Lisv het griffierecht aan belanghebbende vergoedt. Het Lisv dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De maatmanwisseling is pas aan de orde bij het 40ste levensjaar, waardoor het besluit tot intrekking van de uitkering per 24 mei 1994 niet in stand kan blijven.