ECLI:NL:CRVB:1998:AA8676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- W.D.M. van Diepenbeek
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar politie wegens diefstal niet in overeenstemming met rechtszekerheidsbeginsel
Appellant, een politieagent, werd veroordeeld voor diefstal en kreeg een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken opgelegd door het Gerechtshof Amsterdam. Ondanks deze veroordeling verleende de korpsbeheerder hem ontslag met een uitkering analoog aan wachtgeld. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat hoewel het ontslag formeel gegrond is op artikel 94 van Pro het Besluit algemene rechtspositie politie, de wijze waarop het ontslag is uitgevoerd niet in overeenstemming is met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad stelt vast dat de rechtsvoorganger van gedaagde reeds op 4 maart 1993, terwijl hij op de hoogte was van dezelfde feiten en omstandigheden, had besloten tot voorwaardelijk ontslag met een proeftijd van twee jaar zonder enige clausule over mogelijke gevolgen van het hoger beroep van appellant. Dit eerdere besluit en de latere onvoorwaardelijke veroordeling zijn feitelijk op dezelfde grondslag gebaseerd.
De Raad concludeert dat appellant door de korpsbeheerder niet adequaat is geïnformeerd over de mogelijke consequenties van het hoger beroep, waardoor het ontslagbesluit niet in overeenstemming is met het rechtszekerheidsbeginsel. Daarom vernietigt de Raad het ontslagbesluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank, en veroordeelt de korpsbeheerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het ontslagbesluit van de politieagent wordt vernietigd wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.