ECLI:NL:CRVB:1998:AA8691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- Th.C. van Sloten
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Beëindiging van algemene bijstandsuitkering wegens niet verstrekken van gevraagde inlichtingen
Appellant ontving een uitkering op grond van de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers en werd opgeroepen voor gesprekken in verband met zijn voornemen om als zelfstandige te gaan werken. Hij verscheen niet op meerdere oproepen zonder bericht van verhindering. Gedaagde schortte daarop de uitkering op en beëindigde deze vervolgens op grond van artikel 69, derde lid, van de Algemene bijstandswet (Abw) wegens onvoldoende medewerking.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat gedaagde terecht de uitkering heeft beëindigd omdat appellant niet binnen de gestelde termijn de gevraagde inlichtingen heeft verstrekt.
De Raad overweegt dat het verzoek om informatie over zelfstandige activiteiten gerechtvaardigd was en dat appellant niet heeft weersproken dat hij dergelijke activiteiten wilde ontplooien. Ook is niet gebleken dat het niet verschijnen op de oproepen hem niet te verwijten viel of dat de hersteltermijn ontoereikend was. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht aanwezig.
Uitkomst: De uitkering van appellant wordt terecht beëindigd wegens het niet verstrekken van gevraagde inlichtingen.