ECLI:NL:CRVB:1998:AA8694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek ontslag remplaçantenregeling politiebestel
Appellant, een rechercheur werkzaam bij de politieregio Haaglanden, verzocht om ontslag met toepassing van de remplaçantenregeling zoals opgenomen in artikel 9 van Pro het Besluit sociaal beleidskader reorganisatie politiebestel. Dit verzoek werd door de korpsbeheerder afgewezen en het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van afwijzing ongegrond, stellende dat de korpsbeheerder niet verplicht is om in te gaan op een aanbod van vrijwillige afvloeiing en dat toepassing van de remplaçantenregeling pas aan de orde kan komen indien een ambtenaar op de functie van appellant geplaatst moet worden, hetgeen niet was gebleken.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het oordeel van de rechtbank onjuist was en dat het niet toepassen van de regeling de belangen van tijdelijk geplaatste medewerkers schaadt. Tevens stelde hij dat niet alle tijdelijk geplaatsten per 1 januari 1996 op reguliere functies waren geplaatst en dat andere politieregio's de regeling wel toepasten.
De Raad overwoog dat het oordeel van de rechtbank juist was en dat de remplaçantenregeling geen recht van de ambtenaar op ontslag inhoudt. De standpunten van de korpsbeheerder waren niet onhoudbaar en de situatie in andere politieregio's bood appellant geen rechten. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek om ontslag op grond van de remplaçantenregeling wordt ongegrond verklaard.