ECLI:NL:CRVB:1998:AA8750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- H.R. Geerling-Brouwer
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate van invaliditeit en toepassing overgangsrecht Wet TBA
Appellante, geboren in 1945, betwistte het besluit van het bestuur van het voormalige Algemeen burgerlijk pensioenfonds over haar mate van invaliditeit per 7 september 1993, waarbij een invaliditeitspercentage van 65 tot 80% was vastgesteld. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad moest beoordelen of appellante in een hogere mate algemeen invalide was dan vastgesteld en tevens de juiste toepassing van het overgangsrecht van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (Wet TBA) toetsen. De Raad oordeelde dat het bestuur terecht rekening hield met het feit dat appellante al recht had op een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, en dat deze omstandigheid relevant is voor de toepassing van het overgangsrecht.
Medische rapporten van reumatologen Hattink en Collée bevestigden dat appellante in staat was om gedurende 17,5 uur per week bepaalde functies te vervullen, hetgeen de vastgestelde mate van invaliditeit ondersteunt. De Raad zag geen reden om af te wijken van het bestreden besluit en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 25 juni 1998 door de Centrale Raad van Beroep, waarbij tevens werd vastgesteld dat de Raad bevoegd was kennis te nemen van het geschil op grond van het overgangsrecht ondanks de intrekking van de Wet per 1 januari 1996.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van invaliditeit van appellante niet hoger is dan 65 tot 80%.