ECLI:NL:CRVB:1998:AA8790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G.L. Plomp
- F.P. Zwart
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling arbeidsongeschiktheid ondanks gelijktijdige Ziektewetuitkering
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) trok de uitkeringen van gedaagde op grond van de AAW en WAO in, omdat zij ondanks haar symfysiolysis in staat werd geacht passende deeltijdfuncties te vervullen. De rechtbank had het besluit vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid in de medische beoordeling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het besluit vernietigde. De Raad stelt dat de beoordeling van arbeidsongeschiktheid in het kader van de AAW en WAO losstaat van de Ziektewet, die gericht is op ongeschiktheid voor het eigen werk. De Raad acht de medische beoordeling zorgvuldig en vindt dat de uitkering terecht is ingetrokken.
Verder overweegt de Raad dat de niet-geslaagde werkhervatting van gedaagde in haar eigen functie geen reden is om haar als volledig arbeidsongeschikt te beschouwen voor algemeen geaccepteerde arbeid. De Raad verklaart het hoger beroep gegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Landelijk instituut sociale verzekeringen wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen gehandhaafd.