ECLI:NL:CRVB:1998:AA9001
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding aanhangwagen als vervoersvoorziening krachtens WVG
De erven van wijlen A. stelden hoger beroep in tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Zwolle waarin het verzoek om vergoeding van een aanhangwagen als vervoersvoorziening krachtens de Wet voorzieningen gehandicapten (WVG) was afgewezen.
A., geboren in 1912 en afhankelijk van een rolstoel en aangepaste auto, had reeds een scootermobiel en een tegemoetkoming in oplaadkosten ontvangen. Hij wilde een aanhangwagen aanschaffen om de scootermobiel ook op verder gelegen bestemmingen te kunnen gebruiken, zoals bij zijn kinderen.
De rechtbank oordeelde dat een aanhangwagen als vervoersvoorziening in principe mogelijk is, maar dat in dit geval niet werd voldaan aan de criteria voor verstrekking. De Raad sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat de WVG slechts een zekere tegemoetkoming biedt en niet alle wensen hoeft te honoreren. Het ontbreken van een aanhangwagen verhindert het contact met zijn kinderen niet, mede omdat hulp van familie mogelijk is en de auto zijn rolstoel kan vervoeren.
De Raad concludeert dat de combinatie van reeds verstrekte voorzieningen een verantwoorde tegemoetkoming vormt binnen het toepasselijke vervoersregime en dat de afwijzing van het verzoek rechtmatig is. Het hoger beroep wordt verworpen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van vergoeding van de aanhangwagen bevestigd.