ECLI:NL:CRVB:1998:AA9002
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergoeding Cuba-therapie bij Usher-syndroom onder Ziekenfondswet
Appellant, lijdend aan het Usher-syndroom, verzocht om vergoeding van een behandeling door dr. Orfilio Pelaez Molina in Cuba onder de Ziekenfondswet. De zorgverzekeraar weigerde dit op grond van het ontbreken van wetenschappelijke onderbouwing en scepticisme binnen de Nederlandse oogheelkundige beroepsgroep.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de Cuba-therapie niet als gebruikelijk wordt beschouwd binnen de Nederlandse beroepsgenoten. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de behandeling wel gebruikelijk was, onder meer omdat ongeveer 150 Nederlanders de therapie hadden ondergaan en daarna door Nederlandse oogartsen werden behandeld.
De Raad oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om de behandeling als gebruikelijk aan te merken. Tevens werd overwogen dat ontwikkelingen na 7 juni 1996 buiten de reikwijdte van het geding vallen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de weigering van vergoeding standhoudt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van vergoeding van de Cuba-therapie omdat deze niet als gebruikelijk wordt beschouwd binnen de Nederlandse beroepsgroep.