ECLI:NL:CRVB:1998:AF3555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- Ch. de Vrey
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens verstoorde arbeidsverhoudingen bij Rijksuniversiteit Utrecht
Appellant stelde hoger beroep in tegen uitspraken van de rechtbank Utrecht inzake zijn ontslag en gerelateerde besluiten door het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Utrecht. De zaak betreft onder meer de weigering tot inzage in bepaalde stukken, de beoordeling van zijn functioneren als coördinator, tijdelijke herplaatsing en de uiteindelijke ontslagverlening wegens verstoorde arbeidsverhoudingen.
De Raad overwoog dat appellant niet alle relevante stukken kon inzien, maar dat dit niet onredelijk was omdat beleidsnotities en persoonlijke notities niet tot de verstrekkingsplicht behoorden. De beoordeling van appellant's functioneren werd getoetst aan de vraag of deze op onvoldoende gronden berustte; de Raad vond de negatieve waarderingen gerechtvaardigd vanwege zijn niet-acceptatie van leidinggevenden.
De Raad bevestigde dat de tijdelijke herplaatsing onder een andere leidinggevende gerechtvaardigd was gezien de conflicten tussen appellant en het hoofd Dienstverlening Onderwijs & Onderzoek. De schorsingsbesluiten wegens bezit van vertrouwelijke stukken werden eveneens als redelijk beoordeeld.
Ten slotte oordeelde de Raad dat het ontslag wegens verstoorde arbeidsverhoudingen terecht was, mede door het volharden van appellant in het niet accepteren van zijn leidinggevende. Het herplaatsingsonderzoek was adequaat uitgevoerd en de ontslaguitkering passend. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraken bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag wegens verstoorde arbeidsverhoudingen wordt bevestigd.