ECLI:NL:CRVB:1998:AI5666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- G. van der Wiel
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vergoeding renteschade bij onrechtmatige intrekking AAW-uitkering vóór 1992
De zaak betreft een geschil tussen appellant C.A. Veldt en het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) over de vergoeding van renteschade na onrechtmatige intrekking van een AAW-uitkering. De intrekking vond plaats per 1 juni 1990, terwijl de Raad eerder had vastgesteld dat appellant toen niet in staat was passend werk te verrichten. De Raad vernietigde het intrekkingsbesluit en bepaalde dat het onderzoek naar schadevergoeding, waaronder rente, moest worden voortgezet.
Gedaagde stelde dat rente over de periode van 1 juni 1990 tot 1 januari 1992 pas vanaf 27 september 1996 verschuldigd zou zijn, terwijl appellant rente vanaf 1 juli 1990 vorderde. De Raad overwoog dat bij voortzetting van een tekortkoming die voortvloeit uit onrechtmatige besluitvorming van vóór 1 januari 1992 het oude Burgerlijk Wetboek van toepassing is, met name artikel 1286 en Pro 1287 BW (oud).
De Raad oordeelde dat de rente verschuldigd is vanaf de dag dat deze in rechte is gevorderd, 13 september 1996, en dat geen samengestelde rente verschuldigd is. De Raad veroordeelde het Lisv tot vergoeding van de wettelijke rente over het verschil tussen de ten onrechte onthouden bruto-uitkering en het daadwerkelijk ontvangen bedrag, en wees verdere vorderingen af. Tevens werden proceskosten van f 365,- toegewezen aan appellant.
Uitkomst: Het Landelijk instituut sociale verzekeringen is veroordeeld tot betaling van wettelijke rente vanaf 13 september 1996 over de ten onrechte onthouden AAW-uitkering.