ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- Ch. de Vrey
- H.M.J.I. Steenbergen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van tijdelijke aanstelling en salarisinschaling ambtenaar met bezwaar tegen salarisverhoging en vaste aanstelling
Appellant stelde gedaagde tijdelijk aan voor een beleidsmedewerkersfunctie met een proeftijd van 24 maanden, waarbij de salarisinschaling en toekomstige verhogingen waren vastgelegd in overeenstemming met het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (BBRA 1984). Gedaagde maakte bezwaar tegen besluiten over salarisverhogingen en de beoordeling van zijn functioneren, alsmede tegen het besluit om hem geen vaste aanstelling te geven na afloop van de proeftijd.
De rechtbank vernietigde enkele besluiten van appellant en gaf gedaagde deels gelijk, met name over de salarisverhogingen en het niet toekennen van een vaste aanstelling. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het bezwaar tegen het salarisverhogingsbesluit van 27 mei 1994 niet gegrond is, omdat appellant niet hoefde terug te komen op eerder rechtens onaantastbare beslissingen. Tevens werd vastgesteld dat gedaagde niet structureel andere, zwaardere werkzaamheden had verricht die een hogere salarisschaal rechtvaardigden.
De Raad vernietigde het besluit over de vaststelling van de beoordeling, omdat de adviescommissie de inhoudelijke bezwaren van gedaagde niet had meegenomen en appellant op basis daarvan niet had beslist. Het besluit om het dienstverband niet te verlengen werd door de Raad bevestigd, omdat appellant redelijk kon oordelen dat gedaagde niet aan de verwachtingen voldeed. Tot slot werd appellant veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan gedaagde, en werd de eerdere uitspraak grotendeels vernietigd en vervangen door het oordeel van de Raad.
Uitkomst: De Raad vernietigt deels eerdere besluiten over salarisverhoging en beoordeling, bevestigt het beëindigen van het dienstverband en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten.