ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- W.D.M. van Diepenbeek
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring administratief beroep wegens termijnoverschrijding
Appellant stelde administratief beroep in tegen een besluit van 16 maart 1995 waarin hem geen functie werd toegewezen. Het beroep werd door gedaagde op 26 september 1996 gegrond verklaard en het oorspronkelijke besluit vernietigd, met de opdracht een nieuw besluit te nemen. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het administratief beroep niet tijdig is ingediend binnen de zes weken termijn zoals voorgeschreven in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad stelt vast dat de rechtbank ten onrechte geen oordeel heeft gegeven over de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding en dat de rechter dit ambtshalve moet toetsen. Aangezien appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hem een aanvullende termijn was gegeven, wordt het beroep alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Tevens wordt het beroep tegen het besluit van 4 november 1997 niet-ontvankelijk verklaard omdat het geen zelfstandige betekenis meer heeft.
De Raad bepaalt dat appellant het betaalde griffierecht wordt vergoed. Hiermee wordt het eerdere vernietigende besluit van 26 september 1996 vernietigd, behoudens de vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het administratief beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding; het eerdere vernietigende besluit wordt vernietigd.