ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Ch. de Vrey
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling studietoelage als voorliggende voorziening bij bijstandsverlening
Appellanten, een studerende vrouw en haar partner zonder eigen inkomen, vroegen bijstand aan ter aanvulling van hun gezinsinkomen. De gemeente wees dit af omdat de studietoelage, bestaande uit een rentedragende lening met partnertoeslag, als inkomen en voorliggende voorziening werd aangemerkt.
De Raad overwoog dat bijstand alleen wordt toegekend als men niet kan voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan. De lening wordt gezien als een voorziening die in deze kosten voorziet, ook al leidt deze tot een hogere studieschuld. De partnertoeslag maakt dat de Beschikking bijstandsverlening werkloze werknemers met studerende partner niet van toepassing is.
De Raad oordeelde dat de lening passend is als voorliggende voorziening, ook gezien de individuele omstandigheden. Zonder dringende redenen voor aanvullende bijstand is het beroep ongegrond verklaard. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van aanvullende bijstand bevestigd.