ECLI:NL:CRVB:1998:ZB8180
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening op grond van vermeende onjuiste rechtsopvatting AOW en AWW
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 11 februari 1994, waarin zij inhoudelijk gelijk had gekregen. De herziening werd gevraagd op grond van een vermeende onjuiste toepassing van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW), mede onder verwijzing naar een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
De Raad heeft beoordeeld of aan de voorwaarden van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was voldaan, die herziening mogelijk maken op basis van feiten en omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, maar toen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. De Raad benadrukte dat herziening een buitengewoon rechtsmiddel is dat alleen kan worden ingezet bij feiten van feitelijke aard en niet bij een vermeende onjuiste rechtsopvatting.
Omdat het verzoek was gebaseerd op een vermeende onjuiste rechtsopvatting en niet op nieuwe feiten of omstandigheden, kon het niet slagen. De Raad wees het verzoek af en gaf aan dat verzoekster eventuele proceskosten en schade langs andere wegen moet zien te verhalen. Tevens werden geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro aangetroffen.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter B.J. van der Net en leden R.C. Schoemaker en H.C. Cusell, en uitgesproken op 19 november 1998.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen omdat een vermeende onjuiste rechtsopvatting geen grond is voor herziening.