ECLI:NL:CRVB:1999:AA3428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beëindiging dienstverband en toegang ontzegging bij Werkvoorzieningschap Geleen en Omstreken
Appellant was werkzaam bij het Werkvoorzieningschap Geleen en Omstreken en zijn dienstverband werd beëindigd op grond van artikel 28, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW). Tevens werd hem de toegang tot zijn werkplek ontzegd. Beide besluiten werden na bezwaar gehandhaafd, maar de rechtbank vernietigde deze besluiten met behoud van rechtsgevolgen.
Appellant stelde hoger beroep in tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen. De Raad oordeelde dat het besluit tot beëindiging van het dienstverband inhoudelijk op goede gronden berustte, gezien de langdurige disfunctionering en onvoldoende medewerking van appellant. De Raad vond dat de rechtbank terecht de rechtsgevolgen in stand liet, omdat een nieuwe beslissing in bezwaar niet tot een ander oordeel zou leiden.
Verder oordeelde de Raad dat de rechtbank ten onrechte de proceskosten van beide beroepen als één zaak had behandeld, omdat het verschillende besluiten betrof met verschillende rechtsgevolgen. De Raad vernietigde daarom het proceskostenbesluit en stelde de proceskostenvergoeding vast op een lager bedrag.
De Raad bevestigde de vernietiging van de besluiten, veroordeelde het Werkvoorzieningschap tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellant, en liet het hoger beroep voor het tweede besluit achterwege omdat appellant dit niet langer voortzette.
Uitkomst: De Raad bevestigt de vernietiging van de besluiten, handhaaft de rechtsgevolgen van het eerste besluit en vernietigt het proceskostenbesluit van de rechtbank.