ECLI:NL:CRVB:1999:AA3577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslagbesluit en uitkeringsregeling wegens onjuiste bevoegdheid en onredelijke uitkeringshoogte
Appellant, sinds 1982 hoofd van een afdeling bij de gemeente Nuth, werd in het kader van een reorganisatie ontslagen met ingang van 3 februari 1995 op grond van artikel H 11 van het Algemeen Ambtenarenreglement (AAR). De ontslagbevoegdheid lag echter bij gedaagde 1 (het College van burgemeester en wethouders), terwijl het besluit door gedaagde 2 (de raad) was genomen, waardoor het ontslagbesluit vernietigd werd.
Daarnaast was er onenigheid over de hoogte van de uitkering die appellant zou ontvangen. De Raad oordeelde dat de uitkering gelijk aan een wachtgelduitkering niet redelijk was, mede gelet op een eerdere regeling uit 1991 waarin een absolute loondoorbetalingsgarantie was opgenomen. De Raad vernietigde daarom ook het besluit over de uitkering en beval een nieuw besluit.
Appellant vorderde tevens vergoeding van materiële en immateriële schade. De Raad wees vergoeding van inkomensachteruitgang en pensioenschade af wegens gebrek aan causaal verband met het vernietigde besluit. Ook werd geen vergoeding toegekend voor psychisch leed, omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het besluit hem zodanig had aangetast.
De Raad veroordeelde gedaagde 2 tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. Tevens werd vastgesteld dat de rechtsgevolgen van het vernietigde ontslagbesluit in stand blijven, aangezien gedaagde 1 het besluit heeft voorbereid en voor zijn rekening neemt.
Uitkomst: Het ontslagbesluit en het uitkeringsbesluit worden vernietigd, met behoud van rechtsgevolgen van het ontslag en de verplichting tot het nemen van een nieuw uitkeringsbesluit.