ECLI:NL:CRVB:1999:AA3647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en berekening wettelijke rente in socialezekerheidszaak
In deze zaak gaat het om de vaststelling en berekening van de wettelijke rente die appellante toekomt naar aanleiding van een eerdere uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam. Gedaagde had een besluit genomen over de rentevergoeding, maar appellante maakte bezwaar tegen de berekening en de weigering van vergoeding van haar kosten.
De rechtbank had het besluit van 25 november 1996 vernietigd omdat de brieven van 29 en 31 oktober 1996 geen besluiten waren in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De Raad oordeelt echter dat deze brieven wel als besluiten moeten worden aangemerkt omdat zij een nadere vaststelling van aanspraken betreffen.
De Raad constateert dat gedaagde zijn standpunt over de rentevergoeding heeft gewijzigd en dat het besluit van 25 november 1996 en het nadere besluit van 30 juli 1998 niet volledig recht doen aan de aanspraak van appellante. Daarom worden deze besluiten vernietigd en wordt gedaagde opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De Raad wijst het verzoek van appellante tot vergoeding van haar kosten af omdat gedaagde geen onrechtmatig handelen kan worden verweten. Wel wordt gedaagde veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 16 april 1999.
Uitkomst: De besluiten over de wettelijke rente worden vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.