ECLI:NL:CRVB:1999:AA3893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing wachtgelduitkering na overgang ambtenaar
Appellant was ambtenaar bij de gemeente Den Helder en werkte bij het C. Per 1 januari 1990 is het C overgegaan naar het E, waarbij appellant mee overging en feitelijk bij het E ging werken. De gemeente verleende appellant eervol ontslag per 1 januari 1990 met toepassing van artikel H7 van het Algemeen Ambtenarenreglement (AAR), onder de voorwaarde dat de overgang zou plaatsvinden.
Na de opheffing van de D en privatisering van het E werd de arbeidsovereenkomst van appellant met het E ontbonden. Appellant verzocht de gemeente Den Helder om een wachtgelduitkering per 1 januari 1990, welke werd afgewezen omdat hij niet als belanghebbende werd beschouwd.
De Raad oordeelt dat appellant als gevolg van het eervol ontslag onder artikel H7 AAR vanaf 1 januari 1990 als wachtgelder moet worden aangemerkt en aanspraak heeft op wachtgeld, ongeacht zijn feitelijke dienstverband bij het E. Het ontbreken van een eerdere aanvraag of ambtshalve beslissing doet hieraan niet af. De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak die dit in stand hield, en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar.
Daarnaast veroordeelt de Raad de gemeente in de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep, en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de wachtgelduitkering wordt vernietigd en de gemeente moet een nieuwe beslissing nemen.