ECLI:NL:CRVB:1999:AA3915
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag marktmeester wegens onvoldoende bewijs plichtsverzuim
Appellant, werkzaam als marktmeester bij het Stadsdeel Bos en Lommer, werd geschorst en vervolgens ontslagen wegens het vermeende aannemen van geld van marktkooplieden in ruil voor het verlenen van gunstige marktplaatsen. Gedaagde handhaafde het ontslagbesluit ondanks het bezwaar van appellant. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het plichtsverzuim voldoende aannemelijk was.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het bewijs onvoldoende is om het plichtsverzuim vast te stellen. De Raad stelt vast dat de marktmeester geen invloed kan uitoefenen op het rangordesysteem voor marktplaatsen en dat de verklaringen van de betrokken marktkooplieden onderling verschillen en niet worden bevestigd door andere feiten. Hierdoor is het aannemen van geld voor een gunstige plaats niet aannemelijk gemaakt.
De Raad vernietigt het ontslagbesluit en het primaire besluit van 11 juli 1995 en veroordeelt de gemeente Amsterdam tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van plichtsverzuim.