ECLI:NL:CRVB:1999:AA4147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag ambtenaar wegens ongeschiktheid door criminele contacten
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster bij het arrondissementsparket Maastricht, werd eervol ontslagen wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid op grond van haar contacten met personen die betrokken zijn bij criminele activiteiten, met name handel in verdovende middelen. Dit ontslag werd verleend door de Directeur Gerechtelijke Diensten en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellante dat zij niet verplicht was het contact met haar toenmalige echtgenoot te verbreken en dat zij haar functie naar behoren had uitgevoerd. De adviescommissie van het Ministerie van Justitie oordeelde echter dat haar contacten een aanzienlijk veiligheidsrisico vormden en haar ongeschikt maakten voor elke functie binnen de justitie-organisatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het ontslag terecht was, ook al was er geen bewijs van onjuist gedrag in de functie en ook al was het huwelijk later ontbonden. De Raad verwierp het beroep op artikel 8 EVRM Pro over het gezinsleven, omdat het veiligheidsrisico zwaarder woog dan het recht op eerbiediging van het gezinsleven.
De Raad bevestigde daarmee het ontslagbesluit en de uitspraak van de rechtbank, waarbij het verwijtbare handelen in het besluit niet doorslaggevend was omdat het advies van de commissie de grondslag vormde. Er was geen reden om het besluit te vernietigen of te matigen.
Uitkomst: Het ontslag van de ambtenaar wegens ongeschiktheid door criminele contacten wordt bevestigd.