ECLI:NL:CRVB:1999:AA4153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- C.G. Kasdorp
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling passendheid en ontvankelijkheid van plaatsingsbesluit ambtenaar politie na reorganisatie
Appellant, voormalig groepschef bij de gemeentepolitie te Z, werd na een reorganisatie van de politie geplaatst in een andere functie omdat zijn oude functie niet terugkeerde. Hij maakte bezwaar tegen de plaatsing als medewerker BPF C, stellende dat deze functie niet vergelijkbaar was met zijn oude leidinggevende functie en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn persoonlijke gegevens.
De Raad oordeelt dat het bezwaar tegen het besluit van 11 februari 1997 onontvankelijk was omdat dit besluit niet zelfstandig behandeld had mogen worden, maar als beroepschrift naar de rechtbank had moeten worden doorgezonden. De Raad vernietigt daarom het besluit van 11 februari 1997 en behandelt het beroep zelf.
Inhoudelijk stelt de Raad vast dat de functie van medewerker BPF C, hoewel iets lichter, voldoende vergelijkbaar is met de oude functie van appellant. Ook acht de Raad het lijnadvies waarop de plaatsing is gebaseerd, ondanks de korte periode van ervaring van de chef, betrouwbaar vanwege medeondertekening door een hogere chef die appellant goed kende.
De Raad wijst het beroep tegen het plaatsingsbesluit van 15 november 1993 af en veroordeelt de politieregio tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht. Hiermee wordt bevestigd dat de plaatsing rechtens aanvaardbaar is.
Uitkomst: Het beroep tegen het plaatsingsbesluit wordt ongegrond verklaard, het besluit van 11 februari 1997 wordt vernietigd en de politieregio wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.