ECLI:NL:CRVB:1999:AA4162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- H.R. Geerling-Brouwer
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Ontslag politieambtenaar wegens ongeschiktheid door contacten met criminelen bevestigd
Gedaagde was sinds 1972 werkzaam bij de gemeentepolitie Amsterdam en functioneerde als brigadierrechercheur. In 1991 werd hij meerdere malen aangesproken op ongewenste nevenactiviteiten en contacten met personen die als crimineel bekend stonden. Ondanks waarschuwingen en afspraken veranderde hij zijn levensstijl niet.
Na een huishoudelijk onderzoek in 1994 concludeerde de korpsbeheerder dat gedaagde plichtsverzuim vertoonde en niet beschikte over de karaktereigenschappen die nodig zijn voor zijn functie. Op basis hiervan werd hem eervol ontslag verleend wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken.
Gedaagde maakte bezwaar tegen het ontslag en het gekorte wachtgeld, maar deze bezwaren werden ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde het ontslagbesluit wegens onvoldoende bewijs van ongeschiktheid, maar de Raad stelde vast dat gedaagde's levensstijl een potentieel gevaar vormt voor zijn integriteit en die van het korps.
De Raad oordeelde dat appellant terecht het ontslag op grond van artikel 94, eerste lid, onder f, van het Besluit algemene rechtspositie politie heeft genomen. Het besluit tot toekenning van gekort wachtgeld werd vernietigd omdat appellant later volledig wachtgeld toekende. De Raad veroordeelde appellant tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag van gedaagde wegens ongeschiktheid en vernietigt het besluit over gekort wachtgeld.