ECLI:NL:CRVB:1999:AA4177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigde toeslag op grond van de Toeslagenwet
Gedaagde was sinds 1983 predikant en vanaf 8 december 1986 volledig arbeidsongeschikt. Hij ontving een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en een toeslag ingevolge de Toeslagenwet (TW). Gedaagde verklaarde aanvankelijk geen andere inkomsten te hebben, maar bleek een kerkelijk invaliditeitspensioen te ontvangen. De uitvoeringsinstelling (appellant) vorderde terugbetaling van onverschuldigde toeslagen over de periode 1988-1995.
De rechtbank vernietigde de terugvorderingsbesluiten omdat de appellant niet tijdig had gereageerd op de informatie over het pensioen en de terugvordering over de periode na 18 april 1994 niet gerechtvaardigd was. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant bevoegd was tot terugvordering wegens onverschuldigde betaling door toedoen van gedaagde, die zijn inkomsten niet tijdig had gemeld. Echter, er was onvoldoende bewijs van opzet om de volledige terugvordering te rechtvaardigen. De Raad bevestigde de vernietiging van de besluiten en veroordeelde appellant in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de terugvorderingsbesluiten en veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde.