ECLI:NL:CRVB:1999:AA4181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Interim-managers niet onder werkgeversgezag, geen privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellante, een onderneming die interim-managers levert, voerde in hoger beroep aan dat de arbeidsverhouding met haar interim-manager A. niet als een privaatrechtelijke dienstbetrekking kan worden beschouwd omdat het essentiële element van werkgeversgezag ontbreekt.
De Raad stelde vast dat hoewel de contracten met de persoonlijke vennootschap van A. werden gesloten, feitelijk A. zelf de werkzaamheden verrichtte. De interim-managers werken bij opdrachtgevers en voeren hun taken zelfstandig uit zonder direct werkgeversgezag van appellante. Overleg met een schaduw-interim-manager vindt vooral plaats op verzoek van de interim-manager zelf.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, oordeelde dat er geen sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en veroordeelde het Lisv tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen appellante en interim-manager wegens ontbreken werkgeversgezag; bestreden besluit en uitspraak vernietigd.