ECLI:NL:CRVB:1999:AA4189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering ontslaguitkering wegens gelijktijdige werkloosheidsuitkering
In deze zaak gaat het om de terugvordering van een bedrag van f. 2.861,19 door appellant van gedaagde, die een ontslaguitkering ontving terwijl zij tevens een werkloosheidsuitkering van de Detam genoot. Appellant stelde dat gedaagde onvoldoende had gemeld dat zij al een Detam-uitkering ontving bij het ingaan van haar ontslaguitkering, wat leidde tot een te hoge uitbetaling.
De rechtbank had het beroep van gedaagde gegrond verklaard en het terugvorderingsbesluit vernietigd, omdat gedaagde volgens de rechtbank tijdig melding had gedaan van haar Detam-uitkering. Appellant stelde in hoger beroep dat gedaagde niet tijdig en op deugdelijke wijze had geïnformeerd, en dat de zogenaamde zes-maands jurisprudentie van toepassing was.
De Raad oordeelde dat gedaagde niet aannemelijk had gemaakt dat zij de toekenningsbeschikking tijdig had doorgezonden en dat zij tot en met juni 1993 geen melding had gemaakt van de Detam-inkomsten. Appellant was daarom bevoegd tot terugvordering. Wel beperkte de Raad de terugvordering tot maximaal zes maanden na de datum waarop gedaagde alsnog melding had gedaan, conform vaste jurisprudentie.
De Raad bevestigde daarmee deels de uitspraak van de rechtbank, vernietigde het bestreden besluit voor zover de terugvordering betrekking had op latere maanden, en veroordeelde appellant in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De terugvordering van de ontslaguitkering is terecht, maar beperkt tot maximaal zes maanden na de melding van de Detam-uitkering.