ECLI:NL:CRVB:1999:AA4193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afbouwregeling leaseauto na eervol ontslag directeur X
Appellant was directeur van het X. en kreeg bij zijn benoeming een leaseauto ter beschikking gesteld als onderdeel van zijn arbeidsvoorwaarden. Na opheffing van het X. kreeg hij eervol ontslag en werd hem medegedeeld dat het gebruik van de leaseauto zou worden afgebouwd tot het einde van het leasecontract, gevolgd door een jaarlijkse vergoeding.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afbouwregeling en voerde aan dat de leaseauto een vast onderdeel van zijn salaris was en niet mocht worden afgebouwd. Tevens stelde hij dat toezeggingen waren gedaan dat hij financieel niet zou worden benadeeld bij een andere functie binnen de gemeente.
De Raad oordeelde dat het ter beschikking stellen van de leaseauto niet als een primair inkomensbestanddeel kan worden beschouwd, maar gekoppeld was aan het directeurschap van het X. De toezeggingen die appellant aanvoerde waren niet afdwingbaar en bleken niet uit de correspondentie. De afbouwregeling werd niet onredelijk geacht en het bestreden besluit werd bevestigd.
De rechtbank had ten onrechte betekenis toegekend aan het ontbreken van bezwaren tegen een informatieve brief, maar dit deed niet af aan de houdbaarheid van het besluit. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afbouw van het gebruik van de leaseauto wordt bevestigd.