ECLI:NL:CRVB:1999:AA8478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij geschil over AWW-pensioen en geldigheid huwelijk
Verzoekster kreeg een AWW-pensioen toegekend na het overlijden van haar partner. Na melding van een huwelijk met verzoekster in Egypte, schortte en trok de Sociale Verzekeringsbank het pensioen in. Verzoekster betwist de geldigheid van het huwelijk en stelt dat het een schijnhuwelijk betreft, onder meer omdat het niet in Nederland is ingeschreven en de omstandigheden wijzen op een niet-reëel huwelijk.
De rechtbank stelde vast dat het huwelijk rechtsgeldig volgens Egyptisch recht tot stand is gekomen en erkend moet worden in Nederland op grond van de Wet conflictenrecht huwelijk. Verzoekster stelde een voorlopige voorziening te willen treffen om het pensioen te hervatten vanwege haar verslechterde financiële situatie.
De president van de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er geen sprake is van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt en dat het geschil in de bodemprocedure kan worden afgewacht. De legalisatie van het huwelijk is geen essentieel vereiste voor erkenning. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en het intrekkingsbesluit van het AWW-pensioen blijft van kracht.