ECLI:NL:CRVB:1999:AA8511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering bijstand wegens onjuiste beschikking nalatenschap
Gedaagde ontving vanaf 18 juli 1995 bijstand, die later werd teruggevorderd door appellant vanwege haar aandeel in de nalatenschap van haar overleden broer. Gedaagde stelde dat zij nooit feitelijk over dit aandeel heeft kunnen beschikken omdat het op een boedelrekening stond en haar vader het verrekende met een schuld uit haar verleden. Tevens voerde zij aan dat de terugvordering te hoog was vastgesteld omdat bepaalde kosten niet waren meegenomen.
De rechtbank had het beroep van gedaagde gegrond verklaard en het terugvorderingsbesluit vernietigd omdat gedaagde niet over haar nalatenschapsaandeel had kunnen beschikken. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad overwoog dat de terugvordering betrekking had op bijstand verleend onder de Algemene bijstandswet (Abw) en dat de terugvordering beoordeeld moest worden aan de hand van de wetgeving die gold in de betreffende periode.
De Raad oordeelde dat gedaagde onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk een schuld aan haar ouders had die het vermogen zou verminderen. Daarom mocht appellant die schuld buiten beschouwing laten bij de terugvordering. Ook was onvoldoende gebleken dat de terugvordering te hoog was vastgesteld. De Raad vernietigde het terugvorderingsbesluit wegens strijd met de wet, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd wegens strijd met de wet, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.