ECLI:NL:CRVB:1999:AA8566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verhuiskostenvergoeding op grond van WVG
De erven van betrokkene hebben bezwaar gemaakt tegen het afwijzende besluit van de gemeente Rotterdam om een tegemoetkoming in verhuiskosten te verlenen op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (WVG).
Betrokkene verhuisde vanwege hoogtevrees en liftangst van een woning op de derde verdieping naar een woning op de eerste verdieping. De gemeente weigerde de vergoeding omdat volgens haar alleen bij aantoonbare ergonomische beperkingen een vergoeding mogelijk is. De rechtbank had dit standpunt onderschreven.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de voorwaarde dat er sprake moet zijn van ergonomische beperkingen niet kan worden toegepast op verhuiskostenvergoedingen, omdat de WVG deze beperking alleen stelt voor woningaanpassingen. De Raad vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank en gelast een nieuw besluit, waarbij de gemeente rekening moet houden met de juiste uitleg van de WVG. Tevens wordt de gemeente veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verhuiskostenvergoeding wordt vernietigd en de gemeente dient een nieuw besluit te nemen.