ECLI:NL:CRVB:1999:AA8569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omzetting AWW-pensioen in Anw-uitkering en ontvankelijkheid bezwaren
Appellanten maakten bezwaar tegen omzettingsbeschikkingen waarbij hun AWW-pensioen per 1 juli 1996 werd omgezet in een Anw-uitkering. De rechtbanken te 's-Gravenhage, Amsterdam, Roermond, Arnhem en Breda deden hierover verschillende uitspraken, waarbij in sommige zaken de bezwaren ontvankelijk werden verklaard en in andere niet.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze omzettingsbeschikkingen als besluiten in de zin van artikel 1:3 Awb Pro moeten worden aangemerkt en vatbaar zijn voor bezwaar en beroep. Bezwaren die betrekking hebben op toekomstige gevolgen van de Anw kunnen pas worden behandeld nadat relevante besluiten zijn genomen.
De Raad stelt vast dat in zaken 1 en 2 de rechtbanken ten onrechte de omzettingsbeschikkingen vernietigden en bezwaren ontvankelijk verklaarden, en vernietigt deze uitspraken. In zaken 5 en 6 bevestigt de Raad de rechtbankuitspraken die de besluiten in stand lieten. De bezwaren die gericht zijn tegen de omzetting zelf worden ongegrond verklaard. Tevens wordt het betaalde griffierecht in hoger beroep aan appellanten in zaken 1 en 2 vergoed.
Uitkomst: De beroepen tegen de omzettingsbeschikkingen worden ongegrond verklaard en de eerdere vernietigingen door rechtbanken in twee zaken worden vernietigd.