ECLI:NL:CRVB:1999:AA8612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- H. Bekker
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Herziening terugvordering BWOO-uitkering wegens onjuiste terugvordering en belangenafweging
De zaak betreft een geschil over de terugvordering van een BWOO-uitkering die aan gedaagde onverschuldigd is betaald vanaf 1 januari 1996. Gedaagde had bezwaar gemaakt tegen de terugvordering en verzocht om geen terugbetaling te hoeven doen vanwege misleidende communicatie en vertragingen in de afhandeling.
De rechtbank had het besluit tot terugvordering vernietigd, stellende dat appellant onvoldoende zorgvuldig had gehandeld en gedaagde daardoor schade had geleden, onder meer door misgelopen loonsuppletie. Tevens was appellant niet in de gelegenheid gesteld mondeling verweer te voeren, ondanks ambtshalve oproeping.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat het besluit tot terugvordering wel een besluit is, ook al voldeed het niet aan alle Awb-eisen. De Raad stelt dat appellant bevoegd was tot terugvordering binnen twee jaar na betaling, en dat de terugvordering niet in strijd was met de 6-maanden jurisprudentie. Wel oordeelt de Raad dat appellant de belangenafweging onvoldoende heeft gemaakt, aangezien artikel 21 BWOO Pro een bevoegdheid en geen verplichting tot terugvordering bevat. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover het de terugvordering betreft en beveelt appellant opnieuw te besluiten met inachtneming van deze belangenafweging. Tevens worden proceskosten toegewezen aan gedaagde.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van onverschuldigd betaalde BWOO-uitkering wordt vernietigd en appellant wordt opgedragen opnieuw te besluiten met inachtneming van een belangenafweging.