ECLI:NL:CRVB:1999:AA8618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum persoonsgebonden budget per datum aanvraag
Appellante heeft op 27 december 1995 een aanvraag ingediend voor een persoonsgebonden budget (PGB) op grond van artikel 6 van Pro de Regeling, die op 1 juli 1995 in werking trad. Het PGB werd toegekend met ingang van 30 januari 1996, maar appellante wilde dat dit eerder zou ingaan, namelijk per 1 juli 1995.
De rechtbank stelde de ingangsdatum van het PGB vast op de datum van aanvraag, 27 december 1995, en vernietigde het besluit voor zover het PGB niet eerder werd toegekend. Appellante stelde hoger beroep in met het verzoek het PGB met terugwerkende kracht toe te kennen vanaf 1 juli 1995, de datum van inwerkingtreding van de Regeling.
De Raad oordeelt dat de Regeling en opvolgende regelgeving geen bepalingen bevatten die een terugwerkende kracht van het PGB mogelijk maken vóór de datum van aanvraag. Ook de onbekendheid van appellante met de regeling en het ontbreken van specifieke informatieverstrekking door gedaagde kunnen niet leiden tot een eerdere ingangsdatum. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
De uitspraak benadrukt dat het PGB niet eerder dan de datum van aanvraag kan ingaan en dat beleidsmatige informatievoorziening aan derden niet leidt tot een verplichting tot terugwerkende kracht richting individuele verzekerden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het PGB gaat niet eerder in dan de datum van aanvraag, 27 december 1995.