ECLI:NL:CRVB:1999:AA8630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vaststelling WW-dagloon door buiten beschouwing laten werkgeversdeel SUM-premie
Appellant was werkloos geworden na het faillissement van zijn werkgever en ontving een WW-uitkering berekend op een dagloon waarbij de volledige SUM-premie van 7,9% buiten beschouwing was gelaten. Volgens appellant had slechts het werknemersdeel van 3,3% buiten beschouwing mogen blijven. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) had het werkgeversdeel van 4,6% als een verplichte bijdrage aangemerkt die niet tot het loon behoort.
De Raad onderzocht of de afspraken in het Protocol reorganisatie 1995, waarbij werknemers de volledige SUM-premie zouden betalen, rechtsgevolg hadden en of dit het werkgeversdeel als verplichte bijdrage kon kwalificeren. Omdat het Protocol niet door alle betrokken partijen was gesloten en niet algemeen verbindend was verklaard, kon dit niet worden aangenomen.
De Raad oordeelde dat het werkgeversdeel van de SUM-premie niet als verplichte bijdrage in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering kon worden beschouwd. Hierdoor kon het niet buiten beschouwing blijven bij de dagloonvaststelling. De uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit werden vernietigd en Lisv werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd Lisv veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en Lisv dient een nieuw besluit te nemen waarbij het werkgeversdeel van de SUM-premie wordt meegerekend bij het dagloon.