ECLI:NL:CRVB:1999:AA8637
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking ondanks managementovereenkomst tussen besloten vennootschappen
In deze zaak staat centraal de vraag of er sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen A en appellante, ondanks dat de managementovereenkomst is gesloten tussen besloten vennootschappen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank dat A verplicht was de werkzaamheden persoonlijk te verrichten en dat er een gezagsverhouding bestond tussen A en appellante.
De Raad overweegt dat het formele karakter van de managementovereenkomst tussen vennootschappen niet uitsluit dat een arbeidsovereenkomst bestaat indien de feiten en omstandigheden dit aantonen. A was enig aandeelhouder en directeur van de vennootschap die de managementovereenkomst uitvoerde, en verrichtte de werkzaamheden zelf. De Raad stelt vast dat A in de algemene aandeelhoudersvergadering kon worden overruled en ontslagen, wat wijst op gezagsverhouding.
Verder wordt erkend dat A een grote mate van zelfstandigheid had, wat inherent is aan zijn functie als statutair directeur, maar dit doet niet af aan het bestaan van gezag. De mogelijkheid van A om zijn aandelenpakket uit te breiden tot een meerderheidsbelang verandert hieraan niets. De Raad concludeert dat er onvoldoende aanwijzingen zijn voor een uitzonderingssituatie waarin geen gezagsverhouding zou bestaan. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen A en appellante.