ECLI:NL:CRVB:1999:AA8639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.C. Cusell
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Geen verzekeringsplicht voor artsen bij esthetisch chirurgiecentrum wegens ontbreken gezagsverhouding
Appellante exploiteert een centrum voor esthetische plastische chirurgie waar circa vijftien artsen, waaronder chirurgen en anesthesisten, werkzaam zijn. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) stelde dat deze artsen in privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden tot appellante en daarom verzekerd waren onder de sociale-werknemersverzekeringswetten voor de jaren 1990 tot en met 1992. Appellante betwistte dit en stelde dat er geen gezagsverhouding bestond, omdat de artsen niet door appellante op de kwaliteit van hun werk konden worden aangesproken en vervanging zonder haar instemming mogelijk was.
De Raad beoordeelde de feitelijke omstandigheden en concludeerde dat de samenwerking tussen appellante en de artsen niet neerkomt op een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De stafvergaderingen, waarin alle artsen inclusief de directeuren participeren, bepalen gezamenlijk het medische en ondernemingsbeleid, inclusief tarieven en personeelsbeleid, zonder dat de directeuren een overheersende positie innemen. Dit wijst op een vorm van gezamenlijk ondernemerschap in plaats van een gezagsverhouding.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en stelde dat er geen verzekeringsplicht bestaat. Hoewel het besluit over de jaren 1990-1992 ging, zal premieheffing pas vanaf april 1995 plaatsvinden. De proceskosten werden deels toegewezen aan appellante, met een beperking wegens het late naar voren brengen van argumenten in hoger beroep.
Uitkomst: De Raad oordeelt dat er geen verzekeringsplicht bestaat omdat geen privaatrechtelijke dienstbetrekking is vastgesteld.