ECLI:NL:CRVB:1999:AA8682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanspraak voortzetting bezoldiging na schorsing wegens onterechte beschuldigingen in onderwijs
Gedaagde, werkzaam op een school voor zeer moeilijk lerende kinderen, werd in 1993 geschorst na beschuldigingen van seksueel misbruik. Na DNA-onderzoek werd de strafrechtelijke vervolging gestaakt en de schorsing beëindigd. Gedaagde meldde zich ziek en vroeg toepassing van artikel I-E5 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel voor voortzetting van bezoldiging.
Het College van B&W vroeg de Minister om een besluit, die weigerde toepassing te geven. De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond, oordelend dat de ziekte verband hield met excessieve arbeidsomstandigheden. De Minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit rechtens houdbaar is omdat de ziekte van gedaagde niet voortkomt uit arbeidsomstandigheden die een abnormaal of excessief karakter dragen. De beschuldigingen en tijdelijke schorsing zijn inherent aan het werk, en het politieoptreden is te ver verwijderd van de werkomstandigheden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het besluit geen toepassing te geven aan artikel I-E5 Rpbo blijft in stand.