ECLI:NL:CRVB:1999:AA8683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- Th.C. van Sloten
- Ch.J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlaging bijstandsuitkering wegens onvoldoende grondslag in gemeentelijke verordening
Appellant, wonend met zijn echtgenote bij zijn moeder, ontving een bijstandsuitkering die met 20% werd verlaagd omdat hij woonkosten met een ander deelt. De verlaging was gebaseerd op artikel 34 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw) en een gemeentelijke verordening. Appellant betwistte deze verlaging en stelde dat de verordening niet voldoet aan de wettelijke eisen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de verordening een verlaging van 20% toestaat voor gehuwden die woonkosten delen, ongeacht of zij verhuurder of kostgever zijn. De Raad oordeelt echter dat de verordening niet duidelijk is en niet voldoet aan de doelstelling van overzicht en duidelijkheid voor belanghebbenden. Bovendien biedt artikel 3 van Pro de verordening geen grondslag voor de verlaging in de situatie van appellant.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en het primaire besluit tot verlaging van de uitkering. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente Utrecht in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke regelgeving bij het toepassen van verlagingen op bijstandsuitkeringen.
Uitkomst: De verlaging van 20% op de bijstandsuitkering wordt vernietigd wegens gebrek aan grondslag in de gemeentelijke verordening.