ECLI:NL:CRVB:1999:AA8689
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- F.P. Zwart
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering en terugvordering kinderbijslag over vierde kwartaal 1994 en eerste kwartaal 1995
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de weigering van kinderbijslag over het vierde kwartaal van 1994 en het eerste kwartaal van 1995 door de Sociale Verzekeringsbank, omdat hij volgens eigen zeggen aan het onderhoudsvereiste had voldaan. De rechtbank had het bezwaar deels gegrond verklaard vanwege ondeugdelijke motivering en schending van het hoorrecht, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak omdat de rechtbank buiten de grenzen van het geding trad.
De Raad beoordeelt het nadere besluit van 13 juni 1997 waarin de weigering van kinderbijslag over het vierde kwartaal 1994 werd gehandhaafd en de terugvordering van de kinderbijslag over dat kwartaal werd laten vervallen. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd voor het onderhoud van zijn dochter, zoals vereist volgens de Algemene Kinderbijslagwet.
Ten aanzien van het eerste kwartaal van 1995 is vastgesteld dat appellant niet aan het onderhoudsvereiste heeft voldaan en dat de terugvordering van de ten onrechte betaalde kinderbijslag terecht is. Appellant had kunnen vermoeden dat hij een toereikende onderhoudsbijdrage moest aantonen, wat niet is gebeurd.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraken van de rechtbank Amsterdam van december 1997 en februari 1998 en verklaart het hoger beroep ongegrond voor de bestreden besluiten betreffende het vierde kwartaal 1994 en het eerste kwartaal 1995.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering en terugvordering van kinderbijslag worden bevestigd.