ECLI:NL:CRVB:1999:AA8730
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige toepassing dagverblijftoets bij verhoging arbeidsongeschiktheidsuitkering
Eiseres, geestelijk gehandicapt en blijvend arbeidsongeschikt, vroeg op 6 november 1990 verhoging van haar AAW-uitkering naar 100%. De verweerder weigerde dit in 1991, waarna de rechtbank in 1993 het beroep van eiseres gegrond verklaarde en de uitkering verhoogde tot 85% met toepassing van een dagverblijftoets.
De rechtbank vernietigde later deze beslissing wegens gebrek aan kenbare en begrijpelijke motivering en omdat het bestuur van de NAB geen onderzoek had gedaan naar het feitelijk gebruik van het dagverblijf. In hoger beroep betwistte appellant dit oordeel en stelde dat nader onderzoek het forfaitaire karakter van artikel 13 AAW Pro zou schaden.
De Raad oordeelde dat de dagverblijftoets in de periode tot 1 januari 1993 niet toepasbaar was omdat het beleid toen nog niet bestond en dat de uitkering over die periode op 100% had moeten worden gesteld. Voor de periode daarna stelde de Raad vast dat de dagverblijftoets inconsistent en willekeurig werd toegepast, waardoor besluiten op dit criterium niet houdbaar zijn.
De Raad bevestigde de vernietiging van het bestreden besluit en beval appellant een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad appellant in de proceskosten van gedaagde en legde een recht van heffing op.
Uitkomst: De bestreden beslissing wordt vernietigd en appellant dient een nieuw besluit te nemen met correcte toepassing van de dagverblijftoets.