ECLI:NL:CRVB:1999:AA8752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- G. van der Wiel
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling privaatrechtelijke terugvordering WAO-uitkering en proceskostenveroordeling
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een terugvordering van een bedrag van ¦ 62.270,23 wegens onverschuldigde WAO-uitkeringen, die door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) werd opgelegd. Het Lisv is in de plaats getreden van de betrokken bedrijfsvereniging. De rechtbank had zich onbevoegd verklaard omdat het betrof een privaatrechtelijke terugvordering.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het bestreden besluit privaatrechtelijk van aard is en niet kwalificeert als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad overweegt dat noch artikel 57 van Pro de WAO, noch andere bepalingen een bestuursrechtelijke grondslag bieden voor de terugvordering.
Appellante was niet verschenen bij de zitting. De Raad oordeelt dat het hoger beroep ongegrond moet worden verklaard. Vanwege de onjuiste rechtsmiddelenverwijzing door het Lisv veroordeelt de Raad het Lisv tot vergoeding van de proceskosten van appellante in eerste aanleg, begroot op ¦ 710,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van ¦ 50,-.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard omdat de terugvordering privaatrechtelijk is en geen bestuursrechtelijk besluit betreft.