ECLI:NL:CRVB:1999:AA8808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- G.L.M.J. Stevens
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over franchiseberekening pensioen gehuwde en ongehuwde pensioengerechtigden
Appellant, een pensioengerechtigde ambtenaar, stelde beroep in tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank die het besluit van het pensioenfonds bevestigde betreffende de berekening van zijn pensioenfranchise. De franchise werd berekend op basis van een gehuwdenpensioen, wat resulteerde in een hoger franchisebedrag dan bij ongehuwden.
Appellant voerde aan dat deze gedifferentieerde regeling een ongelijke behandeling inhoudt die in strijd is met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag voor Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak een ongelijk regime voor gehuwden en ongehuwden op diverse rechtsgebieden niet als verboden discriminatie wordt beschouwd, mede vanwege het ontbreken van veranderde maatschappelijke omstandigheden.
De Raad stelde vast dat de regeling van artikel F 7a van de Wet niet in strijd is met het IVBPR en dat het verschil in franchisebedrag gerechtvaardigd is. Ook het latere artikel F 7aa, dat een gelijke franchise voor gehuwden en ongehuwden regelt, was niet relevant voor de beoordeling van het geschil. De Raad bevestigde daarom de bestreden uitspraak en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en oordeelt dat het onderscheid in franchisebedrag geen verboden discriminatie vormt.