ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- Th.C. van Sloten
- Ch.J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit over bijstandstoeslag voor thuiswonende alleenstaande
De zaak betreft een geschil tussen het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam en een alleenstaande bijstandsgerechtigde die bij haar moeder inwoont. De gemeente had haar uitkering verlaagd en geweigerd een toeslag toe te kennen op grond van artikel 3, lid 6 van de gemeentelijke verordening, omdat zij bij haar ouder(s) woonde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze bepaling van de verordening in strijd is met artikel 33 en Pro 38 van de Algemene bijstandswet (Abw). De Raad stelt dat het niet zonder nadere motivering kan worden aangenomen dat een thuiswonende alleenstaande van 21 jaar en ouder lagere kosten heeft dan een alleenstaande die met anderen samenwoont. De veronderstelling dat een thuiswonende alle kosten kan delen zoals gehuwden, is onjuist.
Daarnaast oordeelt de Raad dat de rechtsgevolgen van de Abw niet reeds vanaf 1 mei 1996 kunnen werken, maar pas vanaf de datum van het besluit van 30 mei 1996. Het primaire besluit van 23 mei 1996 wordt daarom ook vernietigd. De gemeente moet een nieuw besluit nemen waarbij ook het verzoek tot vergoeding van geleden schade wordt betrokken.
De uitspraak bevestigt het belang van een correcte toepassing van de bijstandsnormen en toeslagen, waarbij rekening gehouden moet worden met de feitelijke woon- en leefsituatie van de belanghebbende. De Raad legt hiermee de verantwoordelijkheid bij de gemeente om de bijstand passend vast te stellen volgens de wet.
Uitkomst: Het besluit van de gemeente Rotterdam wordt vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de wettelijke bepalingen over toeslagen voor thuiswonende alleenstaanden.